Blog

Ware Christenen

27 november, 2017

Je kunt je naaste wel liefhebben, schrijft een broeder op de Noorse-broeders-facebooksite, maar woont hij samen of is hij gescheiden, praktiserend LGBT, dan komt er vanzelf afstand, want dan leeft je naaste niet zoals Gods woord het zegt.

Om dat te begrijpen moet je een ware christen zijn, denk ik. Bovendien lijkt het me iets waar God zelf ook goed in is: liefde op afstand. Het klinkt behoorlijk eenzaam en misschien is Hij dat ook. Maar ware christenen zijn niet eenzaam. Hun ark is een goed gevuld schip met jong en oud, verbonden in een hartverwarmende broederschap. Een ding is zeker: Vrienden zal je er niet vinden.

Een vriend is een persoon waarmee je door gevoelens van genegenheid bent verbonden, schrijft een ex-Noorse broeder op een andere facebooksite. Ware christenen zijn verbonden doordat men hetzelfde doel nastreeft. Is er iemand die daarover ook maar iets anders denkt, is het afgelopen met de verbondenheid, afgelopen met het contact zelfs. Dat-is-géén-vriendschap. Dat is slechts contact met een gelijkgezinde onder de strikte voorwaarde dat je dat ook blijft.

Ondertussen denk ik aan die andere, veel hechtere band. Kinderen die door religieuzen worden genegeerd, verstoten, dagelijks, wereldwijd, omdat ze niet leven zoals Gods woord het zegt. Een hartverscheurend besluit voor ware christenouders. Maar je-naaste-liefhebben-op-afstand is misschien wel de enige juiste WC-mentaliteit.

 

Wij dansen niet

4 november, 2017

Misschien moet ik geen gin drinken. Het alcoholpercentage van veertig procent maakt mij na een dag hardwerken onmiddellijk emotioneel onbetrouwbaar. Daar is ze weer, mijn zus. Ze staat opeens voor me en vraagt waar ze haar haren kan laten kleuren. Ze is ook de jongste niet meer en wordt al aardig grijs bij de slapen. Voorheen was dat not done bij de Noorse broeders. Een zuster hoorde zich niet bezig te houden met uiterlijkheden. Ze hoorde zich kuis te kleden, geen broeken te dragen, haar haren niet te knippen of los te dragen en ze hoorde al helemaal niet de sierlijke kroon van haar grijsheid te verdoezelen. Maar heden ten dage is het offer van de ijdelheid ingeruild voor het offer van geld. De nieuwe Noorse leider heeft vernieuwend licht gekregen over eeuwenoude bijbelteksten. De religieuze wetten waarvoor ijdele meisjes zoals ik vroeger werden getuchtigd, zijn niet meer van toepassing. Al het geleden leed ten spijt. Mijn zus laat zich knippen en kleuren en bij sommige gelegenheden laat ze zelfs haar haren loshangen. Ze doet dat met een kinderlijke blijdschap. Ook haar hoofddoek komt de kast niet meer uit en ze draagt broeken waardoor ze qua uiterlijk geen vreemde meer is tussen wereldse mensen. Ze is een vrouw die niet omkijkt naar het geleden leed van het verleden. Waarom zou ze? Ze behoort een groep van uitverkoren mensen toe die de enige ware verkondiging bezit. Ik hoor daar niet meer bij. Ik ben een verdwaald schaap dat zo nu en dan treurige oude koeien uit de sloot opvist. Maar mijn zus lacht en danst en ze lijkt oprecht gelukkig.

 

Fill the Void

21 oktober, 2017

Gisteravond zond de EO de film Fill the Void uit. Een Jane Austen-achtig verhaal over het leven van een Joods-orthodox meisje, de verheerlijking van het huwelijk en de angst om alleen te blijven. De toewijding van een wijze rabbi speelt een rol, de kuisheid van vrouwen en het ongeduld van de knappe aanstaande. De film laat een gedroomde versie zien van een religieuze gemeenschap met een romantisch huwelijksfeest als afsluiter. Gelovigen van welke religie dan ook zullen met vertedering naar deze Feel-Good movie kijken. Ongelovigen waarschijnlijk ook.

Er zijn andere versies denkbaar. Een verhaal waarbij zo’n jong meisje op wat voor manier dan ook haar kuisheid verliest en daarover gaat praten. Haar mogelijke huwelijkskandidaat zal zich schielijk terugtrekken. De wijze rabbi laat niet meer van zich horen en in de slotscène zal de angst voor het alleen overblijven zeker worden bewaarheid.

Maar dat is een heel ander filmgenre.

Misschien is zwijgen de beste optie voor mensen die denken in termen als eerbaarheid en zuivere levenswandel. Misschien vindt de EO dat ook. Er is niets zo aantrekkelijk dan een meisje dat rein bewaard is gebleven voor haar huwelijk.

 

Holy Hell

10 oktober, 2017

Op aanraden van een vriend kijk ik naar een documentaire: Holy Hell. Het gaat over het wonderlijke ontstaan van een sekte, de euforie, het warme bad en de uiteindelijke desillusie. Niet veel later dwing ik mezelf naar een andere docu te kijken: Deprogrammed. Een onthutsende film waarin Amerikaanse ouders met behulp van een deprogrammeur hun gehersenspoelde kinderen ontvoeren uit sektarische groeperingen, in de hoop ze terug te transformeren naar mensen met een eigen wil en eigen gedachten.

We kijken naar mensen die vastzitten in een omgeving die wordt beheerst door een extreem charismatische leider,’ zegt een deskundige op dat gebied. ‘Het zijn organisaties die het contact met de buitenwereld controleren en hun leden isoleren. Onafhankelijk denken is een zonde. Er is maar een denkwijze. Dat is de basis van hersenspoeling, de lakmoestest voor veel groepen die sektes worden genoemd.

Mijn oudste zus is momenteel de enige van ons gezin die nog een volgeling is van de Noorse-broeder-sekte. Ik fantaseer over een ontvoering. Ik sleur haar in een auto en neem haar mee naar Verweggistan. Eenmaal daar aangekomen heb ik wel zo’n deprogrammeur nodig die op haar in zal gaan praten. Een geduldig persoon die haar ervan zal overtuigen dat de charismatische Noorse leider met zijn zalvende stem en rustgevende gebaren een narcist is die zichzelf tot herder en profeet heeft gekroond, een profiteur die levens en gezinnen verwoest zonder enig medeleven.

Een ex-lid zegt: ‘Als de leider spreekt is er een onmiddellijk verlangen om zo te zijn. Alles wat hij verlangde wilde ik doen. Ik maakte toiletten schoon met een gevoel van fysieke zaligheid die door mijn lichaam stroomde, want ik wijdde mijn leven aan een groter idee en de handelingen die ik met mijn lichaam deed waren daaraan ondergeschikt. Die fysieke zaligheid was zo krachtig dat ik mijn leven wilde geven voor de leider.

Oké. Mocht ik mijn zus willen ontvoeren, dan heb ik dus iemand nodig die haar staat van fysieke zaligheid kan doorbreken. Als gevallen familielid kom ik daar logischerwijs niet voor in aanmerking.

Maar zover zal het niet komen. Wij wonen niet in Amerika. En buiten dat gehannes met zo’n ontvoering, zal ik nooit de moed hebben om me te bemoeien met haar keuze van leven. Dat betekent dat wij als zussen elkaar in de toekomst nog maar sporadisch zullen zien en dat we elkaar uiteindelijk ook niet meer zullen missen. Blijkbaar is het toch de Noorse multimiljonair die wint.

Ouders

27 november, 2016

castel-santangelo-485296_1920

Ik weet niet hoe vaak ik godverdomme zeg. De Bond tegen vloeken is tegen. Vloeken is het misbruiken van de naam van God of van Jezus, staat er op hun website. Je zou het een omgekeerd gebed kunnen noemen. Bij mij valt het wel mee. Ik vloek niet om grootse dingen. Alleen als het vlees aanbrandt of als ik aan vroeger denk, de Noorse broederschap waartoe mijn ouders zich bekeerden en waar mijn vader werd bevorderd tot ‘profeet’ – een roeping die hij een leven lang heeft uitgezeten.

Naast alles wat mijn vader me ooit leerde aan schijn en heiligheid, leerde hij me ook konijnen slachten, geiten melken en met een buks schieten. Ik denk soms aan die man, hoe hij na het melken een geitenuier controleerde. Met duim en wijsvinger stripte hij de spenen voor de laatste melk die ik er met mijn kinderhand niet meer uitkreeg.
Door zijn toedoen werd ik een meisje dat zonder angst het mes zette in een konijnenbuik. En door mijn toedoen – ik schreef een boek over de Noorse broederschap – werd hij een man die in het bijzijn van medegelovigen niet meer met zijn dochter gezien wilde worden.

Ik misbruik de naam van God als ik aan mijn vader denk, het feit dat hij net zomin een profeet was als ik koningin Maxima. Ik spreek een omgekeerd gebed uit omdat religie zonder pardon het mes in ons gezin zette. De Bond tegen vloeken is tegen. Maar ik heb de genen van mijn moeder, een eigenwijze vrouw die in de negentig is geworden.
De laatste jaren bleef ik uit haar buurt, uit hun buurt, de profeet en zijn echtgenote. Misschien ben ik de appel die niet ver van de boom valt, godverdomme, en een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Stralend gelukkig

20 november, 2016

goats-692660_1280

Toen ik zes jaar oud was, had ik een roeping. Ik was uitverkoren om volmaakt te worden. Mijn moeder hield me weg van school en wereldse mensen, maar ik verveelde me geen moment. Op een slepende bandrecorder luisterde ik naar Noorse toespraken. Met opgeheven armen dirigeerde ik Noors gezongen liederen en met de bijbel in de hand sprak ik de geiten toe in de schuur achter ons huis. Ongehoorzame konijnen werden met de pollepel getuchtigd. Overwinning van zonden was belangrijk, ook al begreep ik nog niet helemaal wat daarmee werd bedoeld. Maar het altijd verblijden en eeuwigdurend geluk leek me haalbaar. Mijn roeping was mijn redding.

Inmiddels zijn de geiten en konijnen allang opgegeten. De bandrecorder is ingewisseld voor een computer. De toespraken en liederen van de Noorse Broeders worden op hun websites begeleid door beeld. Stralend gelukkige mensen lachen in de camera en vrolijk ogende kinderen vouwen doosjes voor de Postcode Loterij.
Mijn roeping daarentegen is gestrand. Het altijd verblijd zijn bleek een vermoeiend streven. Dat eeuwige geluk. Gerbrand Bakker zou zeggen: ‘Houd daar nou eens mee op!’ Maar dat terzijde.

Voor mijn vierde roman bestudeer ik de ontwikkeling van sektes, kenmerken die zo’n gemeenschap verleidelijk en verslavend maken. Een hoogleraar spreekt van kwaadaardig als geld een belangrijke rol gaat spelen. Ergens anders lees ik dat de volgende stap geweld zal zijn.
Ondertussen komen er op mijn computerscherm berichten voorbij. Een Noorse-broeder-topman zegt te worden bedreigd. Een voormalig financieel brein zit ondergedoken. Leiders en stromannen schrijven strijdlustig blogs om zichzelf vrij te pleiten. Leden wijzen naar de buitenwereld en vergelijken zichzelf met slachtoffers van de holocaust.

Als kind met een roeping zou ik zeggen: ‘Houd daar nou eens mee op!’ Maar dat terzijde.
Om met de woorden van een ex-lid te spreken: ‘Er is een nieuw treurig dieptepunt bereikt.’

Achteraf gezien

13 november, 2016

0In januari van dit jaar ging ik naar een opera, een beetje klunzig toneelstukje met werkelijk adembenemende muziek. Een maand daarvoor zag ik een film waarin een man in de buik kroop van zijn opengesneden paard. Zo overleefde hij een sneeuwstorm, maar zijn paard was dood. Ergens in die zomer daarvoor at ik met schrijvers spaghetti carbonara terwijl een van hen beschreef hoe hij ooit tijdens een seksdate op een blinde man plaste. In het voorjaar zag ik in een chique Parijs warenhuis een reuzenrad vol glitterschoenen en een fles drank die achtentwintigduizend euro kostte. Helemaal aan het begin van dat jaar had ik een deadline voor mijn boek. Toen zag ik op tv een man een agent doodschieten met een Kalasjnikov terwijl hij iets riep, luidkeels, en ik herkende iets. Het aanbidden van een god, het vuur van overwinning en het volledig toegewijd zijn.

Inmiddels heb ik het geloof van mijn ouders vervloekt. Niet alleen in mijn hoofd, maar ook op papier. Ik zie de Noorse religieuzen niet zo snel met Kalasjnikovs tegenstanders neerschieten. Toch zijn ze in staat van paraatheid en sluiten hun gelederen. Niet de leiders, aanverwanten en stromannen die zich ten koste van de leden verrijkt hebben zijn de vijand, maar de buitenwereld, de krant, journalisten, ex-leden en de geestenwereld.

Ik zou alles wat ik bezit afstaan aan de mannen die aan de leiding staan, schrijft een broeder op Facebook. Wij strijden voor onze kinderen, wij strijden voor recht. En die strijd voeren wij met alles wat in ons is.

Een ex-lid schrijft: Toen de kinderen van mijn dochter niet meer bij ons mochten komen omdat ik gescheiden en weer samenwonend ben, heb ik op het randje gestaan om uit het leven te stappen.

Een ander ex-lid schrijft: Toen de broeders mij een zuster aanboden om me te genezen van mijn geaardheid, heb ik geweigerd. Vanaf dat moment was ik als jonge jongen mijn familie kwijt.

Ik kijk naar de eerste schoolfoto van mezelf. Een zesjarig meisje, ogen als halve maantjes en een ontbrekende tand. Achteraf gezien was die rare absurde buitenwereld niet mijn vijand, terwijl me dat toen wel door de broeders werd voorgespiegeld. Achteraf gezien is de ware vijand degene die met volle overtuiging de groei en vrijheid van zijn eigen kinderen belemmert.

Het spoelen van hersenen

6 november, 2016

864x486

Ik zit naast de poes en lees berichten op een site van een besloten facebookgroep. Ik ben lid. Mijn mede groepsleden zijn mensen die net als ik geboren zijn in en gevlucht zijn uit de Noorse-broeder-sekte. Sommigen zijn nog vers gelovig, anderen houden het bij ietsisme of hebben het bestaan van een god volledig afgezworen. We lezen krantenberichten en zijn verbaasd. Er komt feiten boven waarvan we nooit hadden gedacht dat ze ooit openbaar zouden worden. We hadden het stiekem gehoopt, althans ik, de ongelovigste en meest rancuneuze van ons allemaal. Maar nu is het zover. Er is een verdachte die miljoenen heeft verduisterd. Er zijn mails die bewijzen dat leiders sjoemelen met geld en elkaar aanwijzingen gegeven hoe de leden te indoctrineren. Er komt een rechtszaak met getuigen. Zelfs de big brother uit Noorwegen zal onder ede zijn hachje moeten zien te redden. God zij geloofd en geprezen. Of het wat opbrengt is nog maar de vraag. Niet alleen dichten leiders zichzelf bijzondere kwaliteiten toe, ze worden ook door de volgelingen aan de leiders toegedicht. Een aanklacht of veroordeling zal daar niets aan veranderen.
Maar what the hell. Alleen de steekwoorden zijn al leuk om te lezen:
Noorse broeders. Internationaal miljoenenconcern. Veertigduizend leden. Geestelijk leiders. Stromannen. Grote sommen contant geld. Web van bedrijven. Belastingparadijzen.
Gesloten gemeenschap. Sekte. Vaker in opspraak. Ex-leden. Kindermishandeling, kinderarbeid. Groepsmanipulatie. Verstrengeling kerkelijke en commerciële belangen.

‘Als je hersens zo gespoeld worden dat je heel blij en gelukkig wordt, dan maar hersenspoelen,’ zegt een oudere broeder als hem door een televisieploeg om commentaar wordt gevraagd.

 

Vliegen

5 januari, 2016

Voor ons badkamerraam hangt een gordijn, een soort luxaflex van stofbanen en gaas. Ertussen zit een bromvlieg als een monster in een schemerige cel. Gisteren vloog hij zo traag door de badkamer dat ik hem met gemak uit de lucht had kunnen plukken. Ik vermoed dat hij oud is en een ruimte zocht om rustig te sterven. Nu hij die gevonden lijkt te hebben, geeft hij er de voorkeur aan om daar op zijn kop te bivakkeren, zijn pootjes in de stof gehaakt. Misschien vindt hij het fijn als het bloed naar zijn zwartglanzende kop stroomt en de rest van zijn lijf aanvoelt als een veertje.

Als kind hing ik tijdens het eten graag met mijn hoofd onder de stoel. Eigenlijk niet tijdens, maar vooral na het eten, als ik mijn bord leeg had en er uit de bijbel gelezen werd. Na een tijdje bevond ik me dan in een andere, dromerige dimensie. Mijn armen hingen erbij als slappe vleugels. Ik kan me voorstellen dat ik daar onder die stoel met vliegen kon praten of dat ik mijn slaphangende skeletarmen op en neer ging bewegen en langzaam loskwam van het zeil in onze huiskamer. Omhoog naar de plooien in de gordijnen, mijn vingers gehaakt in de vitrage. Het schemerlicht daar zal alles sprookjesachtig hebben gemaakt: de kamer met het gezin aan de eettafel, het achtererf met de kippen en de waslijn vol knijpers. Meestal liet mijn moeder me even, maar na enige tijd trok ze me toch aan mijn arm terug naar het level waar de rechtop-mensen verkeerden. Dat was het niveau waar mij als kind werd geleerd dat er niets belangrijker was op deze aarde dan een leven te leiden naar Gods wil.

De vlieg in mijn badkamer leeft nog steeds. Als hij straks dood is, zal zijn lijfje waarschijnlijk op de verstevigde baan tussen de gazen stroken vallen. ‘Rustig maar, vlieg,’ zou ik als kind hebben gezegd. ‘Er valt geen mus van het dak zonder Gods wil en al de haren op uw hoofd zijn geteld.’ In het hedendaagse level pak ik de stofzuiger.