Ellen Heijmerikx
Blinde Wereld
Wij Dansen Niet
En Nooit Was Iets Gelogen

Interview met NRC, 1 augustus 2015

Niets was belangrijker dan je roeping
Ellen Heijmerikx (52) schreef twee boeken over haar jeugd in een
religieuze sekte. Haar derde roman gaat over overleven in een
politieke dictatuur.

“Toen ik de Noorse Broeders verliet, zag ik dat
als een mislukking.”

Bruid van Jezus
Ik ben geboren en opgegroeid in het geloof van de Noorse Broeders,
een groep die de Bijbel van kaft tot kaft letterlijk neemt. Ergens
staat dat vrouwen hun haar niet mogen knippen – mijn moeders haar
kwam zo’n beetje tot haar enkels. Mijn zussen en ik droegen lange
rokken want het is God een gruwel als de man vrouwenkleren draagt, en
andersom. Wij leerden: de broederschap is de bruid van Jezus. De
buitenwereld was verkeerd, slecht, de vijand. Alle andere geloven,
ook die van de christelijke kerken, waren de antichrist. Bij
godsdienstlessen op school deed ik mijn vingers in mijn oren.”
Kostbaar
Als meisje werd mij ingeprent dat je jezelf ‘rein moest bewaren’.
Een meisje dat zichzelf rein bewaarde was ‘kostbaar’. Toen ik van
dichtbij meisjes meemaakte die misbruikt werden, of een miskraam
kregen, dacht ik: wat erg, die zijn niet meer zo kostbaar. Nu pas
denk ik aan al die details, nu ik dat soort dingen ook weer zie in
fundamentalistische religies. Die ingeprente superioriteit maakt dat
je je gevoel kunt uitschakelen. Als wij hoorden over een vliegramp
met 200 doden raakte het ons niet echt, dat waren toch geen Noorse
Broeders. Je gelooft werkelijk dat de ander minder waard is. Zo kun
je er ook toe komen mensen te onthoofden.”
Gastarbeiders
Pepe en Juanita werkten net als mijn vader bij Hoogovens. Hun
dochter was een vriendin van mij. Ze was niet van het geloof. Het was
de bedoeling dat ik haar zou bekeren, maar daar was ik helemaal niet
mee bezig. Ik kwam heel graag bij haar thuis. Als ze wist dat ik kwam
maakte Juanita arroz con leche, melkrijst met kaneel en citroen. Er
waren altijd mensen over de vloer. Ze waren altijd aan het
voordragen, zingen. Ik kwam erachter dat ze dat in Spanje voor de
kost hadden gedaan. Juanita was geboren in een rondreizend
theatergezelschap, ze had in Spanje zelfs nooit een huis gehad. Door
de komst van de tv was die broodwinning ingestort en zo waren ze
gastarbeiders geworden. Mijn derde boek En nooit was iets gelogen is
gebaseerd op hun levensverhaal.”
Roodgeverfde wangetjes
Ze hadden het hier naar hun zin. Ze kwamen uit een dictatuur, hier
konden ze vrijuit spreken. Franco ging dood en het eerste dat ze
deden was een groot feest geven. Hoogovens was een goede baas. Pepe
werkte in de plaatwalserij, Juanita eerst in de schoonmaak, maar toen
ze merkten hoe snel ze Nederlands leerde, kon ze vertaalwerk doen op
de dokterspost. In hun vrije tijd gingen ze toneelspelen voor de
andere Spaanse gastarbeiders. Stukken van Garcia Lorca, kluchten.
Dorpstoneel dat er nu niet meer is: met roodgeverfde wangetjes,
overdreven gebaartjes.”
Pastoor
Na hun pensioen gingen ze terug naar Spanje. Pepe werd ziek, hij
zei: als je een boek wilt schrijven over mijn leven moet het nu. Ik
heb hem een paar keer opgezocht en de gesprekken opgenomen. Hij
vertelde dingen die hij nooit eerder had verteld, zelfs niet aan zijn
vrouw, zoals hoe hij in een klooster was misbruikt. Hij kon niet
stoppen met praten. Na zijn dood heb ik een reis gemaakt naar
Asturie, de boerenstreek waar hij was opgegroeid. Daar
sympathiseerden ze in de Spaanse Burgeroorlog met de communisten.
Toen Franco overwon, met steun van de Katholieke Kerk, werden de
rooien volledig in de pan gehakt. Mensen namen me mee naar een
massagraf waar dan een broer, een opa en een neef in lagen. Ze hebben
verschrikkelijk geleden onder de dictatuur. Theatermakers moesten hun
teksten vooraf aan de pastoor laten lezen en er zaten altijd
falangisten in de zaal, of Guardia Civil. Dan nog maakten ze er hun
eigen verhaal van. Zo hebben ze overleefd.”
Bloemist
Ik denk dat ik een creatief kind was, maar daar was geen aandacht
voor. Toen ik na heel lang sparen een fototoestel had gekocht bleek
ik best goede foto’s te maken, zodat ik in onze kring bruiloften
mocht fotograferen. En ik speelde religieuze liederen op mijn cello.
Anderen speelden piano, viool, er werd ook weleens geruild. Het moest
wel op een amateuristisch niveau blijven, anders werd het
belangrijker dan je roeping. Dat ik kon schrijven wist ik niet. Ik
werd bloemist, dat ben ik nog steeds. In 2000 kreeg ik een nierziekte
waardoor ik veel moest rusten en besloot ik te gaan schrijven over
vroeger. Ik ben een schrijfopleiding gaan doen bij Scriptplus,
later toegevoegd aan de Hogeschool Amsterdam. Dat leid-
de in 2009 tot mijn debuutroman Blinde Wereld.”
Openbaringen
Mijn moeder is misschien ook wel een schrijfster. Ze schreef altijd
stukjes voor De Weg, het maandblad van de Noorse Broeders,
bijvoorbeeld over hoe een zuster onderdanig moest zijn als ze moeite
had met haar man. Tot ze niet meer geplaatst werden omdat ze een
vrouw was. Toen de computer kwam volgde ze een cursus zodat ze haar
eigen website kon beginnen. Ze is nu 92 en ze schrijft daar nog
steeds haar ‘openbaringen’ op. Ik heb geen contact meer met haar, het
ging me te ver toen ze ook mijn zoontje ging bekeren. Tot op de dag
van vandaag stuurt ze me religieuze mails. Ze is gelukkig met haar
taak, ondanks het leed dat ze ervan heeft – dat ze drie van haar vier
kinderen niet meer ziet. Dat is ook de kracht van religie. Ik gun
haar dat geluk.”
Vergeven en vergeten
Het vertrek bij de Noorse Broeders gaat bij iedereen anders. Een
neef van mij is weggestuurd omdat hij homo was. Een andere neef is
het huis uitgezet omdat hij een transistor op zijn kamer had. Mijn
broer kon er niet meer tegen, net als ik. Je ziet dingen waarmee je
je niet meer kunt verenigen. Een meisje was misbruikt en dat kwam
uit. Degene die haar misbruikt had moest haar om vergeving vragen,
zij moest ‘vergeven en vergeten’. Zo’n meisje verliest werkelijk alle
eigenwaarde. Ze wordt iemand die alle kleuren van de kameleon kan
aannemen, die wordt geschopt en daar bijna dankjewel voor zegt. Ik
maakte dat meerdere malen mee en kon dat niet meer aan. Mensen zeggen
wel eens: wat moedig dat je eruit bent gestapt, maar op dat moment zag
ik het als een mislukking. Het was geen kracht, het was onmacht.”
Koninkrijk
Toen mijn broer het geloof uit ging dacht hij: ik ga het zelf doen,
op eigen houtje, en ik ga rijk worden. Hij heeft een tentenfirma
opgebouwd, voor heel veel geld verkocht en een groot huis gebouwd in
Belize. Hij is alleen en leeft behoorlijk teruggetrokken, maar zoals
hij het wil, niemand zal hem meer overheersen. Hij heeft zijn eigen
koninkrijk gemaakt. We hebben intensief contact. Ik was de jongste en
mijn ouders waren zo druk met het geloof dat ze geen tijd voor mij
hadden. Mijn broer was mijn vader en moeder tegelijk. Toen ik eruit
stapte waren Pepe en Juanita ook een belangrijke steun. Zij hielden
gewoon van mij, gelovig of niet. Onvoorwaardelijker dan mijn ouders.
Zonder dat ik ergens aan hoefde te voldoen.”
Houten bankjes
Ik zie mijn ouders als lieve mensen die slachtoffer zijn geworden
van de indoctrinatie van een religieuze dictatuur, met een
charismatische leider, die inmiddels een enorm vermogen heeft
vergaard. Vroeger was het een oprechtere religie dan nu. Je zat
samen op houten bankjes in het bos in Noorwegen en er werd armoede en
eenvoud gepredikt. Dat vond ik eigenlijk heel mooi.”

Tekst Joke Mat



Interview met Pauw en Witteman  04-10-2012

 


Interview met de Volkskrant 01-10-2012:

vk magazine cover


Interview met LezenTV.nl september 2011


Interview met Hebban op 29 mei 2015 door Mirjam Burger

‘De losheid en levensvreugde die hen zo natuurlijk afging wilde ik ook’

Ellen Heijmerikx’ autobiografische romans, over de vernietigende uitwerking van het geloof op een jong meisje, werden lovend ontvangen. In haar nieuwste roman vertelt ze het verhaal van de Spaanse gastarbeiders Pepe en Juanita, bij wie Ellen als kind graag over de vloer kwam. Hebban interviewde de schrijfster over ‘En nooit was iets gelogen.’

Over dit boek: 
Juanita zit aan het sterfbed van haar man Pepe, in Nederland. Ver weg van de bergen van Asturië, die zij lang geleden hebben verlaten, maar die dichterbij lijken dan ooit. In zijn laatste dagen vertrouwt Pepe haar alles toe waarover hij een leven lang gezwegen heeft. Zijn bekentenis opent Juanita niet alleen de ogen voor zijn jeugd tijdens de wrede Spaanse dictatuur, maar dwingt haar ook naar haar eigen verleden te kijken. De romantiek van hun eerste ontmoeting, het reizend theatergezelschap van haar ouders, de gedichten die Pepe schreef en de vader die hij zocht alles komt in een ander licht te staan. En nooit was iets gelogen is een fonkelende roman over liefde, overleven en de kracht van verbeelding.

Je bent opgegroeid in een streng-orthodoxe geloofsgemeenschap (de Noorse Broeders), waar je op je 20ste bent uitgetreden. Dit vormt het thema van je eerste twee romans, Blinde Wereld (2009) en Wij dansen niet (2011). Schreef je voor je uittreding ook al?  

“Voor mijn uittreding schreef ik niet, ik las daarentegen veel. Boeken die toen voorhanden waren en die ik nu niet zo snel meer zou uitkiezen om te lezen.”

Wat voor soort auteur heeft deze achtergrond van jou gemaakt?  

“In het geloof waren we elk uur van de dag gefocust op onze roeping, onze vervolmaking. Dat fanatisme vind ik terug in mijn schrijversbestaan. Toen ik uit het geloof stapte, heeft het nog even geduurd voordat ik besefte hoe ik vanaf mijn kindertijd ben voorgelogen. Sindsdien probeer ik alles tot in het kleinste detail te doorgronden. Misschien is ook dat een pré bij het schrijven.”

Behalve dat En nooit was iets gelogen niet autobiografisch getint is, wat onderscheidt deze roman van de vorige twee?

“Bij het schrijven van deze roman kon ik niet putten uit mijn eigen verleden. Het was een uitdaging om ook in dit verhaal een gelaagdheid aan te brengen en er mijn eigen fascinaties in te verwerken. Er zijn overeenkomsten met mijn vorige romans, maar En nooit was iets gelogen is meer een caleidoscopische roman. Korte scènes die steeds van toon en benadering veranderen.”

Je kent de Spaanse Juanita en Pepe, de rolmodellen voor de hoofdpersonages, persoonlijk, omdat ze de ouders zijn van jouw jeugdvriendin Elly. Wat sprak je het meest aan in hun geschiedenis dat je deze wilde verwerken tot een roman?  

“Een voor mij totaal onbekende wereld kwam heel dichtbij door onze vriendschap. Hun levensverhaal was even tragisch als prikkelend. Droevige gebeurtenissen stonden in contrast met de rijkdom van poëzie, muziek en toneel.”

Die thuiswereld van Elly, waarin nog altijd gemusiceerd, gedanst en voorgedragen werd, stond haaks op de thuiswereld van Ellen. Wat deed die kennismaking met jou?  

“Als kind leerde ik dat de wereld verdorven was; de mensen waren zondig, egoïstisch en vol van lusten en begeerten. Mede door Elly en haar ouders, besefte ik dat die religieuze ‘waarheid’ een leugen was. Ik ontdekte dat ik angstig en bevooroordeeld was. Vooral op het gebied van dans en wereldse ritmische muziek was ik bijna letterlijk een plank. De losheid en levensvreugde die hen zo natuurlijk afging wilde ik ook.”

Je hebt drie jaar research gedaan voor En nooit was iets gelogen. Daarin heb je de levensverhalen van Juanita en Pepe opgetekend en veel gereisd door het noorden van Spanje, de route van het theatergezelschap. Welk verhaal heeft je in die periode het meest verrast of verbaasd?   


“Het verhaal van een oudere neef van Pepe heeft veel indruk op me gemaakt. Hij nam ons, de dichter Jos Versteegen en mij, mee naar een massagraf in de bergen. Daar zijn tijdens de dictatuur van Franco verschillende familieleden en dorpsbewoners in een kloof gegooid. Ze werden overgoten met benzine en verbrand. Later werd de kloof afgedicht met puin en cement. Toen ik daar stond, naast die kromgegroeide neef en twee eenvoudige palen als gedenkteken, kwam het verhaal wel heel dichtbij.”

Ook in deze roman heb je het over de nasleep van kindermisbruik binnen het geloof. Je hebt zelf o.a. te maken gehad met tucht en indoctrinatie. Wat maakt het beschrijven van dergelijke misstappen binnen religie nu nog los bij jou?  

“Het raakt mij elke keer opnieuw als gelovigen liever dingen verdoezelen en gladstrijken dan zoeken naar oorzaak en gevolg. Mystieke en religieuze wijsheden winnen het nog steeds van kennis en wetenschap. Ook als die ‘wijsheden’ hen ertoe dwingen afstand te nemen van zichzelf en hun kinderen. Misschien blijven we als mens wel altijd in dezelfde kuil vallen. Maar dat verdoezelen en zwijgen, het stomweg doorgeven aan de volgende generatie, daar kan ik niet goed meer mee overweg.”

In het verhaal putten Pepe en Juanita kracht uit hun verbeelding, waarin ze zich terugtrekken als de werkelijkheid te schrijnend wordt. Herken jij dergelijke overlevingssystemen van jezelf uit jouw periode bij de Noorse Broeders?  

“Doordat ik als kind een onmogelijke strijd moest voeren met mezelf om volmaakt te worden, werd God mijn grootste vriend. Hij was altijd aanroepbaar. Zijn liefde was oneindig werd mij verteld, dus ik gaf nooit op, putte daar kracht uit en niet te vergeten troost. “Met mijn God spring ik over een muur” was toentertijd een veel gehoorde uitspraak bij de broeders. Hoe moeilijk die strijd naar volmaaktheid ook voor me was, ik was gelukkig met die innerlijke band. Een religieus zoethoudertje. Een gevoel dat ik nog steeds herken bij gelovigen.”

Ondanks je eigen ervaringen, lukt het je om ook in deze roman de verschillende facetten van het geloof te belichten zonder daar een oordeel over te vellen. Hoe doe je dat?

“Mijn ouders zijn destijds toegetreden tot de geloofsgemeenschap omdat ze betere mensen wilden worden. Ze dachten: dit is iets voor ons en ook voor onze kinderen. Nog steeds vind ik dat een mooi verlangen. Het ging uiteindelijk fout doordat ze hun eigen innerlijke gedachten overgaven aan een externe groepsovertuiging waar geen discussie mogelijk was. Dat laatste neem ik ze zeker kwalijk. In mijn boeken probeer ik door de ogen van een onbevooroordeeld personage te kijken. Een kind geeft zich over aan situaties en fantaseert zich een uitweg, een volwassene stapt een nieuwe wereld binnen en maakt keuzes. Ik beschrijf situaties en handelingen, de lezer kan dan zelf nadenken en eventueel een oordeel vellen. Mijn oordeel zou het boek doodmaken.”

Pepe en Juanita kenden je vorige romans al. Wat waren hun reacties toen En nooit was iets gelogen eenmaal klaar was?   


“Ze wisten dat ik het verhaal zou fictionaliseren. Ze hadden alleen niet gedacht dat ik er zo lang over zou doen. Pepe had het graag helemaal willen lezen, hij vond het geweldig dat ik over hem schreef. Gelukkig heeft hij de eerste hoofdstukken over hemzelf nog kunnen lezen voor hij overleed. Juanita heeft zich een lange tijd voor haar verleden geschaamd: ze is nooit naar school geweest en heeft nooit in een huis gewoond. Maar nu is ze er trots op dat haar verleden is verwerkt in een roman.”

Er zijn auteurs die alleen kunnen schrijven in totale isolatie; andere prefereren de keukentafel en er zijn er die het liefst schrijven in een druk café. Hoe schrijf jij het prettigst?

“Als alles en iedereen om me heen goed functioneert, dan schrijf ik het prettigst. Thuis werk ik achter mijn pc in de hoek van de kamer en als ik bij mijn broer in Belize ben, schrijf ik op mijn laptop aan de eettafel. Ik kan me goed afsluiten, heb niet perse stilte nodig maar ik vind dat wel prettiger werken.”

Welk boek heeft recentelijk veel indruk gemaakt op jou en zou je de Hebban-leden absoluut aanraden om te lezen?  

“Dat is een verleidelijke vraag. Ik lees graag en veel. Een boek dat recentelijk indruk op me maakte is: Zeer helder licht van Wessel te Gussinklo. En ongevraagd raad ik nog aan: Goat Mountain van David Vann.”


”Illusie als tovermiddel”

 

BEVERWIJK – Ze werd kind aan huis bij haar Spaanse vriendin ‘op de Hoogovens’. Merkte hoe los zij waren daar in Heemskerk en hoe stijf er thuis aan de Zeestraat werd geleefd. Toen ze jaren later aan het ziekbed zat van de Spaanse ouders en het zinderende levensverhaal van Pepe en Juanita hoorde besloot ze er haar derde boek van te schrijven. Hùn liefdes&levensverhaal, met haar gevoelens erin. Want Ellen Heijmerikx ontdekte een gemeenschappelijke kracht: hoe je met verbeeldingskracht kunt overleven.

‘En nooit was iets gelogen’ wordt haar eerste niet-autobiografische roman genoemd, door haar uitgever. En dat was ook wel nodig na twee boeken over haar eigen familie en leven in Beverwijk. Hoewel ‘Blinde wereld’ (2010) en ‘Wij dansen niet’ (2012) haar naam vestigden als schrijfster, moest het roer toch wat om. Ze wilde wel eens wat anders dan haar eigen streng-religieuze wereldje van vroeger.

Thuisland

”

Het verhaal van Pepe en Juanita is niet alleen een verhaal over twee Spaanse artiesten die de onderdrukking door Franco in de jaren zestig ontvluchten en hier in Beverwijk, Heemskerk, Amsterdam eindelijk vrijheid vinden. Hùn vrijheid. Het is ook een verhaal over gastvrijheid van hier, over hoe Hoogovens goed voor hun mensen zorgde met huisvesting, medische verzorging. Dat soort elementaire zaken die ze in Spanje niet hadden. Het zegt ook iets over Beverwijk, Wijk aan Zee, Velsen-Noord, Heemskerk dat veel Spaanse werknemers het als hun tweede vaderland zagen en niet meer terug wilden. Ik heb hun verhaal geplukt als een bloem die dichtbij me stond.”

Verbeeldingskracht

Heijmerikx wilde er geen boodschap in leggen, het was allemaal krachtig genoeg van zichzelf. ”Wel wilde ik dit verhaal heel dicht naar me toe halen. Het is een boeiend verhaal van twee mensen over passie, rijkdom, zang, dans, toneel. Dat was zondig in mijn wereld toen ik jong was, maar het was rijkdom in hun wereld. Die tegenstelling fascineert mij.”

En zo sijpelde toch haar eigen fascinatie het boek binnen voor mensen die zo sterk geloven in iets waardoor ze zich verheffen boven de realiteit. Of, in andere woorden, hoe mensen in staat zijn te ontsnappen aan Spaanse armoede, vernedering, onderdrukking, door verbeelding en illusie te gebruiken. Het leven mooier voorstellen door er theater van te maken, je ellende weg te zingen, een zaal te vermaken door even een paar uur muziek te maken, mooie liederen te zingen, mensen mee te slepen. De illusie als tovermiddel. Daar kracht uit putten om te overleven. Diezelfde overlevingsstrategie kent Heijmerikx maar al te goed van huis uit.

Beleven

Wat Heijmerikx op verbluffende wijze toevoegt door haar kwaliteit als schrijfster, is dat de lezer bijna letterlijk en figuurlijk laat meemaken wat de jonge Pepe doorstaat als hij ‘liefdevol verkracht’ wordt door pater Esteban. Of wat Juanita uithaalt met een dode vrijheidsstrijder in de bergen. Op dat soort zinderende passages in het boek zit je als lezer genageld aan je stoel. Je bent zelf de hoofdpersoon. Niet dat je tot in detail alles leest wat er gebeurt. Juist niet. Omdat veel woorden weg zijn gelaten, vul je die als lezer zelf in met je eigen fantasie. En die is altijd krachtiger dan wat een ander kan verzinnen. Heijmerikx schrijft bewust heel sensitief, heel zintuiglijk, waardoor je dat soort momenten zelf beleeft. Je ligt op je buik op een vunzig ruikende matras of je sjort zelf met een lijk dat uit je bebloede handen glipt.

”Ik vroeg aan Pepe, in de maanden voor zijn dood toen hij me zijn levensverhaal vertelde, van alles over zaken als ‘hoe rook het daar’, ‘wat voor kleren droeg je toen’, ‘welke geluiden hoorde je’. Daarom schrijf ik ook wat ik voel; die gevoelens haal ik wel uit mezelf. Uiteindelijk moet ik namelijk zorgen dat die lezer het gaat voelen.” Het gaat bij Heijmerikx dan ook niet om haar mening, haar oordeel. ”Ik wil zo meningloos schrijven, dat de lezer het zelf kan vormen.”

Eigen leven

En zo weet de -inmiddels al weer zo’n 20 jaar IJmuidense- schrijfster diverse verhaallijnen in elkaar te vlechten. De Spaanse geschiedenis van de IJmond, haar eigen jeugd, het levensverhaal van ‘Pepi & Juani’ tot 250 boeiende bladzijden. Over het harde leven en liefde in al z’n heerlijke, valse gedaantes. Al met al geen gemakkelijke klus. Ze heeft er drie jaar aan gewerkt. ‘Hoe oud moet je worden om je herinneringen te begrijpen?’, vraagt Pepe zich op een gegeven moment af. Het lijken Ellen’s woorden. Want de Beverwijkse van geboorte kon het niet laten, ze blijft haar eigen leven onderzoeken.

”Het gaat bij mij altijd over familie en hoe dat doorwerkt op de volgende generatie. Ik wil het doorgronden omdat ik niet meer besodemieterd wil worden. Daarom heb ik ooit het roer zelf in handen genomen, ben eruit gestapt destijds. Ik mocht van mijn ouders niet bestaan op de manier zoals ik dat wilde. Maar ik kreeg een Spaanse vriendin Elly, een werelds iemand. Wat zij deed en mocht stond haaks op mijn leven; het maakte bij mij een hunkering los.”

”Ik wil het beschadigde een podium geven; de gemankeerde, beschadigde mens. En ik put weer kracht uit het gemankeerde. Dit boek is de waarheid. Een verzonnen waarheid. Als je heel hard denkt, dan is het zo.”

 

Henk van Zanten,

Nieuwsblad de Kennemer.



Voor literaire optredens in Nederland: Stichting SSS Nieuwe Prinsengracht 89 1018 VR Amsterdam website: www.sss.nl mail: info@sss.nl telefoon: 020 – 6234923 fax: 020 – 4206319
Voor overige vragen en verzoeken Van Grunsven Creative Management Korte Leidsedwarsstraat 12 1017 RC Amsterdam info@vangrunsvencm.com